bertopreis18.reismee.nl

Reizen in voortdurende contrasten


Een zachte koele ochtend bries begroet mij in de ochtendschemer. Ik kruip achter in de Tuktuk op weg naar Angkor Wat. Het is 06.00 uur, veel drukte onderweg, het knetterende geluid van de motorbikes verstoort de ochtend stilte. Een ongetemde stroom en tegenstroom van mensen die naar hun werk gaan. Richting Angkor Wat wordt het stiller, een enkele tuktuk gaat dezelfde kant uit. Nog geen bussen te zien. Sun zet mij af, ik loop naar de tempel, die langzaam uit de schemer oprijst. Een ponton als kunstmatige brug is aangelegd, omdat de oude hoofdbrug wordt gerenoveerd. Angkor Wat, de Hoofdtempel is een tempelcomplex met een oppervlakte van 162,6 hectares, 1,6 km2. Het werd oorspronkelijk in de 9de eeuw gebouwd als een hindoetempel voor het Khmer-rijk en transformeerde geleidelijk in een boeddhistische tempel tegen het einde van de twaalfde eeuw. De buitenmuur van het tempelcomplex is 3.6 kilometer en het hele complex wordt omringd door brede grachten met water. Ik begin aan mijn zwerftocht door dit complex. Nog steeds zie ik nieuwe aspecten en details in en rondom de tempels. De sfeer is nog sereen, de bezoekers die er rondlopen hebben volgens mij hetzelfde doel, in rust genieten van deze schoonheid. Het langzaam opkomende licht maakt het bijzonder. Vage contrasten worden scherper naarmate het licht toeneemt. Soms moet ik over een hoge drempel in een kleine poort om de tempel te betreden. Ik ben mij altijd bewust met welke voet ik eerst over de drempel ga. Tijdens een bezoek aan een tempel in Tibet werd mij dit door een monnik gevraagd. Toen stapte ik eerst met mijn linkervoet over de drempel. Hij vroeg naar mijn leeftijd, 42 was ik toen. Wij liepen naar een galerij met beelden aan de linkerkant. Hij telde de beelden aan die kant en kwam uit bij het 42ste beeld, een beeld van een figuur met twee gezichten. Dat is jouw beeld en hij verdween zonder verdere uitleg. Nog steeds intrigeert mij deze gebeurtenis. In de loop van de uren neemt het geroezemoes van stemmen toe. Langzaam vult de tempel zich met mensen. Ik ben blij met de uurtjes die ik in relatief stilte heb kunnen doorbrengen en besluit om naar een paar onbekende tempels te gaan. Het verkeer in en rondom Angkor is toegenomen, de onbekende tempels die ik bezoek liggen afgelegen en worden weinig bezocht. Om één van de tempels te bereiken moet ik over een lang houten pad dat over het water is aangelegd. Passeren gaat, merkbaar is bij het passeren wie watervrees heeft en bang om van de houten vlonder af te vallen. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel, de tempels worden prachtig weerspiegeld in het rimpelloze water. Om twee uur verlaat ik Angkor. Een gevoel van melancholie overvalt mij. Deze plek blijft voor mij heel dierbaar, ondanks de toenemende stroom toeristen. Eerst een verkoelende duik in het zwembad, daarna een lunch bij een eettentje langs de straat. Nagenietend van het heerlijk eten ben ik door een buitengebied van Siem Reap gaan zwerven. Hier zijn de oude huizen te vinden, sommige in vervallen staat, anderen gemoderniseerd naar de wensen van deze tijd. Hier zijn de voordelen van het toerisme te zien, de lokale bevolking heeft meer banen en inkomen. Dit wordt geïnvesteerd in de aan- en verbouw van huizen, wat ook weer werkgelegenheid oplevert. De straten zijn nog steeds van zand en grind, de lokale overheid laat het geld duidelijk in eigen zakken verdwijnen. Mensen bevochtigen het zand, om het opwaaiende stof tegen te gaan. Voor de huisjes wordt het zand keurig aangeveegd, rondom de tafel en stoelen voor het huis. Hier komen weinig toeristen. Ik loop door een hele smalle straat en word aangestaard door een kleine jongen. Met zijn vinger wijst hij naar mij en kijkt naar zijn moeder. Ik steek mijn hand uit ter begroeting, hij schrikt en loopt huilend naar zijn moeder. Lachend wordt hij vastgepakt. Achter de rug van zijn moeder blijft hij mij met zijn ogen volgen. Even verderop word ik lachend begroet door een tandeloze oude vrouw. Zij wijst mij een stoel en gebaart dat ik moet gaan zitten. Het eerste wat zij doet is mij aanraken en zacht te plukken aan de haartjes op mijn arm. In een onverstaanbaar gemurmel probeert zij mij iets te vertellen. Een meisje komt aangelopen, zij gebaart naar haar en moet naast mij gaan zitten. Het blijkt haar kleindochter te zijn, die redelijk goed Engels spreekt en als tolk fungeert. Waar kom ik vandaan, waar ga ik naar toe enz. enz.. Ik stel ook mijn vragen en er ontspon zich een geanimeerd gesprek. Thee wordt ingeschonken, harde brokken cake moeten worden gedoopt in de thee en smaken heerlijk. Af en toe strijkt de vereelte hand van de vrouw over mijn arm en mompelt zij de volgende vraag. Ik heb bewondering voor haar kleindochter, die haar verstaat, maar ook zichtbaar geniet van het contact dat wij samen hebben. Niet alleen hier, overal op het platteland word ik hartelijk en met een ontwapende openheid ontvangen. Hier is een vreemdeling welkom, nieuwsgierig naar wie ik ben en waar ik vandaan kom. Er is wederzijds aandacht en begrip, integer contact ontstaat dan vanzelf. Het ontbreken van vooroordelen naar mij is een ware opluchting. Daar kunnen wij in Nederland nog wel iets van leren. Ik neem afscheid, de handen van de vrouw rusten nog enige tijd in mijn handen, zij kijk mij lachend aan. Wij nemen afscheid van elkaar. Ik loop verder, kijk nog één keer om, zij zwaait terug. Terug in het hotel begin ik mijn tas te pakken. Morgenochtend vlieg ik naar Kuala Lumpur, waar ik Carla ga ontmoeten en wij samen verder naar Bali gaan. Na een rustige nacht word ik gewekt door huilende honden en een vals gekraai van een haan. Het is 05.00 uur, broodje en op naar het vliegveld. Ik moest daar 3 uur van tevoren zijn werd mij verteld. Daar aangekomen; was ik veel te vroeg. Uur wachten voor ik kon inchecken. Uiteindelijk zonder vertraging met Air Asia naar Kl gevlogen. In Kuala Lumpur overnachten in Sofitel hotel, een heel luxe hotel. Was een promo aanbieding van Accor hotels, dit hotel was net geopend. Ik kreeg een Junior suite aangeboden, wat een weelde. De omschakeling was wel groot, wat een contrast met de wereld waar ik net vandaan kom. Reizen is inderdaad een voortdurend schakelen tussen verschillende culturen, mensen, architectuur enz. enz.. In Kuala Lumpur lijkt het wel of er een super kunstmest is uitgevonden die de gebouwen als paddenstoelen uit de grond laten schieten. Ik ga de stad in en voel mij vervreemd. Ik ben al vaker in KL geweest, alleen de Petronas Tower is voor mij een bekend oriëntatiepunt. Eerst was deze op grote afstand en van alle kanten nog zichtbaar, nu omringd door nog hogere gebouwen, die elkaar spiegelen in het getinte glas. Ik loop verdwaasd rond in deze jungle van staal, beton en glas. Naar de Petronas Towers gelopen; staar vol verbazing omhoog. Dit gebouw weet mij nog steeds te imponeren. Ik wilde naar boven, het kon pas de 23ste weer. Deze dag staat voor mij in het teken van mijn liefste lief, die ik ga ophalen van het vliegveld. In de verte zie ik de sky train en besluit om daar een ritje mee te maken. Station binnen gelopen, kaartje gekocht, althans hier krijg ik een munt. Op het perron wachten, instappen en mij laten rijden. Ik loop naar de voorkant, prachtig uitzicht over het traject en de omgeving. Op deze manier zie je de stad uit een ander perspectief, ruimtelijk en inzichtelijk. Ik ben weer in de wereld van de smartphone beland. Bijna iedereen in de sky train kijkt gespannen op het kleine scherm. Op straat hebben veel mensen contact de smartphone, contact met anderen of omgeving zie ik niet. Uiteindelijk over gestapt naar een ander traject, richting mijn hotel. Dit ligt 15 kilometer buiten het centrum. Een zeer rustige omgeving, ver weg van de hectiek van de stad. Ook hier een prachtig zwembad, waar ik uiteraard na terugkomst gebruik van heb gemaakt. Een vreemde ervaring, je ligt in een zwembad dat is omgeven door hoge gebouwen, uiteraard van glas en prachtige weerspiegelingen van ander gebouwen. S’ avonds een leuk eettentje gevonden, waar ik een heerlijke rendang malakka heb gegeten. Terwijl ik dit opschrijf loop het water weer in mijn mond. Terug naar mijn kamer ga ik nog een boek lezen. Ik kan mij nog niet concentreren, ben een beetje in een cultuurschok. De overgang van het stille, warme platteland van Cambodja naar het hectische, kille van de grote stad maakt veel indruk op mij. Ik lig hierover te mijmeren en probeer het een plaats te geven. Langzaam dommel ik weg, ik besluit om te gaan slapen. So far so good, ik geniet, ook van het reizen in contrasten. Ik hoop dat je meegeniet.

Reacties

Reacties

Hans

Alweer een mooi (geschreven) verhaal Bert waarbij je de lezer uitnodigt in je rugzakje om mee te reizen, te verwonderen en je mijmeringen te delen!

Theo

Alweer genoten van je schrijven en wil graag nog horen met welke voet je naar binnen gaat en waarom ?

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!